Debet en credit
Module 7 — Grootboek & Journaal
De twee kanten van een grootboekkaartje een naam geven — links is debet, rechts is credit
Concepts
Welkom terug — vandaag krijgen de twee kanten een naam
Fijn dat je er weer bent. Haal eerst even rustig adem, want vandaag komen er twee woorden langs waar heel veel mensen van schrikken: **debet** en **credit**. Misschien heb je ze weleens gehoord en dacht je: "Brr, dat klinkt ingewikkeld." Dat snap ik helemaal. Maar ik beloof je: aan het eind van deze les denk je *"oh, was dát het maar?"*
Want het zijn gewoon **namen voor de twee kanten van een kaartje**. Vorige les maakte je grootboekkaartjes met een **linkerkant** en een **rechterkant**. Vandaag leren we alleen maar de deftige naam van die twee kanten. Links gaat **debet** heten. Rechts gaat **credit** heten. Dat is alles. Echt waar, dat is alles.
Karin schuift haar stoel bij en glimlacht. *"Wees gerust, hoor. Debet en credit zijn geen rekensommen, geen plus en min, geen ingewikkelde regels. Het zijn gewoon chique woorden voor 'links' en 'rechts'. Een boekhouder zegt nu eenmaal liever 'debet' dan 'de linkerkant'. Maar het is precies hetzelfde. We doen het vandaag heel rustig, met veel herhaling, en je hoeft niets uit je hoofd te leren — je gaat het vanzelf voelen."*
> TIP: Lees dit hoofdstuk gerust eerst helemaal rustig door, zonder Excel erbij. Begrijpen mag eerst. In de missie ga je het daarna pas zelf doen, helemaal aan het handje. Niks hoeft in één keer goed.
---
De twee kanten een naam geven: links = debet, rechts = credit
Laten we bij het allereenvoudigste beginnen. Pak in gedachten een grootboekkaartje. Het heeft een linkerkant en een rechterkant, met een streep ertussen — een T-vorm. Zo zag het er vorige les uit:
┌──────────── BANK ────────────┐
│ │ │
│ LINKS │ RECHTS │
│ │ │
└──────────────┴───────────────┘En nu het enige nieuwe van vandaag. De **linkerkant** krijgt een naam: die heet voortaan **debet**. De **rechterkant** krijgt ook een naam: die heet voortaan **credit**. Verder verandert er helemaal niets aan het kaartje. Alleen de naam.
┌──────────── BANK ────────────┐
│ │ │
│ DEBET │ CREDIT │
│ (= links) │ (= rechts) │
│ │ │
└──────────────┴───────────────┘Zie je het? **Debet is gewoon links.** **Credit is gewoon rechts.** Niets meer en niets minder. Als ik straks "debet" zeg, mag jij in je hoofd gewoon "links" denken. En als ik "credit" zeg, denk je "rechts". Dat is helemaal goed. Sterker nog, dat is precies wat een boekhouder ook doet.
Karin tikt met haar pen op het blad. *"Onthoud dit ene zinnetje en je bent al een heel eind: debet is links, credit is rechts. Zeg het maar eens hardop. Debet is links, credit is rechts. Zie je wel? Het is gewoon een woordje voor een kant."*
Debet | de naam voor links
Debet betekent: de linkerkant
Van een grootboekkaartje
Denk gerust gewoon "links"
---
Credit | de naam voor rechts
Credit betekent: de rechterkant
Van een grootboekkaartje
Denk gerust gewoon "rechts"
---
Meer is het niet | rustig maar
Geen som, geen plus of min
Alleen een naam voor een kant
Je weet het nu alNu komt er één belangrijk misverstand dat ik meteen wil wegnemen, want hier struikelen heel veel mensen over. **Debet en credit zijn GÉÉN plus en min.** Debet betekent niet "erbij" en credit betekent niet "eraf". Heel veel mensen denken dat, en dan raken ze in de war. Dus laten we het goed afspreken:
- Debet betekent **links**. Niet "plus". Gewoon links.
- Credit betekent **rechts**. Niet "min". Gewoon rechts.
> TIP: De grootste valkuil bij dit onderwerp: denken dat debet "plus" is en credit "min". Dat is NIET zo. Debet = links, credit = rechts. Of er "erbij" of "eraf" komt aan een kant, dat hangt af van het soort post — en dat leren we zo, heel rustig.
Misschien vraag je je af: hoe onthoud ik nu welke kant debet is en welke credit? Hier is een ezelsbruggetje dat veel mensen helpt. Kijk naar het woordje **debet**: het lijkt een beetje op **"de linker"** — allebei beginnen ze zacht en kort. En **credit** is dan vanzelf de andere kant, rechts. Of, nog simpeler: de **d** van **debet** en de **d** van... tja, dat werkt niet helemaal. Pak gerust het bruggetje dat voor jóu blijft hangen.
ezelsbruggetje:
DEBET begint met een zachte "de-" → denk: de linkerkant
CREDIT is dan de andere → de rechterkant
debet = links credit = rechts> TIP: Verzin gerust je eigen ezelsbruggetje. De één onthoudt "debet = links" door het rijmpje, de ander plakt een geeltje op het scherm. Wat werkt, werkt. Het enige doel is dat je weet: debet zit links, credit zit rechts.
---
Het hart van de les: aan welke kant komt "erbij"?
Goed. Je weet nu: debet is links, credit is rechts. Dat is de helft van de les, en het makkelijke deel. Nu het tweede stukje, en dan heb je alles. We doen het heel rustig.
De grote vraag bij een kaartje is altijd: **aan welke kant noteer ik "erbij", en aan welke kant "eraf"?** Want soms komt er geld bij, soms gaat er geld af. Waar zet je dat neer? Links of rechts? Debet of credit?
En hier komt het ene ding dat je echt moet onthouden vandaag: **het antwoord hangt af van het soort post.** Er zijn namelijk twee soorten posten, en je kent ze allebei al van de balans:
- **Bezittingen** — de spullen en het geld dat je hébt. Denk aan: geld op de bank, een voorraad, een auto. Op de balans staan die **links**.
- **Schulden en eigen vermogen** — hoe het betaald is. Denk aan: een lening, een schuld bij een leverancier, of het stukje dat echt van jou is. Op de balans staan die **rechts**.
Voor die twee soorten geldt een verschillende regel voor "erbij". Laten we ze één voor één bekijken. Heel rustig, met een plaatje erbij.
**Soort 1 — Bezittingen. Deze heten debetrekeningen.**
Een kaartje voor een bezitting (zoals de bank, of een voorraad) noemen we een **debetrekening**. Waarom? Omdat bij een bezitting "erbij" aan de **debetkant** komt — dus **links**. En "eraf" komt dan aan de andere kant, de creditkant, dus rechts.
BANK (een bezitting = debetrekening)
┌─────────────────┬─────────────────┐
│ DEBET │ CREDIT │
│ (links) │ (rechts) │
│ │ │
│ ERBIJ ▲ │ ERAF ▼ │
│ ontvangst │ uitgave │
└─────────────────┴─────────────────┘Denk aan je bankrekening. Krijg je geld binnen — een **ontvangst**? Dan komt er geld **bij**, en dat noteer je **links, aan de debetkant**. Geef je geld uit — een **uitgave**? Dan gaat er geld **af**, en dat noteer je **rechts, aan de creditkant**. Bij een bezitting is "erbij" dus altijd links.
**Soort 2 — Schulden en eigen vermogen. Deze heten creditrekeningen.**
Een kaartje voor een schuld (zoals een lening) of voor het eigen vermogen noemen we een **creditrekening**. Waarom? Omdat bij een schuld "erbij" aan de **creditkant** komt — dus **rechts**. En "eraf" komt dan aan de andere kant, de debetkant, dus links. Precies andersom dan bij een bezitting!
BANKLENING (een schuld = creditrekening)
┌─────────────────┬─────────────────┐
│ DEBET │ CREDIT │
│ (links) │ (rechts) │
│ │ │
│ ERAF ▼ │ ERBIJ ▲ │
│ aflossen │ bijlenen │
└─────────────────┴─────────────────┘Denk aan een lening. Leen je er geld bíj — een **bijlening**? Dan wordt je schuld groter, er komt schuld **bij**, en dat noteer je **rechts, aan de creditkant**. Los je een stukje **af**? Dan wordt je schuld kleiner, er gaat schuld **af**, en dat noteer je **links, aan de debetkant**. Bij een schuld is "erbij" dus rechts — net andersom als bij de bank.
Laten we de twee soorten netjes naast elkaar zetten, want dit is het hart van de hele les:
Debetrekening | bezittingen
Bijvoorbeeld: bank, voorraad, auto
ERBIJ komt links (debet)
ERAF komt rechts (credit)
---
Creditrekening | schulden + eigen vermogen
Bijvoorbeeld: lening, schuld, eigen geld
ERBIJ komt rechts (credit)
ERAF komt links (debet)
---
Het verschil | onthoud dit
Bij een bezit: erbij = links
Bij een schuld: erbij = rechts
Precies andersom dus> TIP: De kern in één zin. Bij een **bezitting** (debetrekening) komt erbij **links**. Bij een **schuld** (creditrekening) komt erbij **rechts**. Dat is het enige wat je echt moet onthouden — de rest volgt daaruit vanzelf.
Voelt het nog wat veel? Helemaal niet erg. Lees de twee plaatjes hierboven gerust nog een keer rustig na. We gaan het zo nog een paar keer herhalen met kleine voorbeeldjes, en dan ga je het vanzelf zien.
---
Waarom is dat zo? Kijk naar de balans
Misschien denk je: waarom is het bij een bezitting links en bij een schuld rechts? Wie heeft dat zo bedacht? Het mooie is: het is helemaal niet willekeurig. Het volgt precies de balans die je al kent.
Denk terug aan de balans. Aan de **linkerkant** stonden de **bezittingen** (wat je hebt). Aan de **rechterkant** stonden de **schulden en het eigen vermogen** (hoe het betaald is). Zo:
┌──────── DE BALANS ────────┐
│ LINKS │ RECHTS │
│ │ │
│ Bezittingen │ Schulden │
│ (de bank, │ (lening) │
│ voorraad) │ + eigen │
│ │ vermogen │
└──────────────┴────────────┘En nu het slimme: de **kaartjes volgen diezelfde kant** voor "erbij". Een bezitting staat op de balans links, dus op het kaartje van een bezitting komt "erbij" óók links (debet). Een schuld staat op de balans rechts, dus op het kaartje van een schuld komt "erbij" óók rechts (credit). De kaartjes doen gewoon na waar hun post op de balans staat.
Op de balans staat... Op het kaartje komt "erbij"...
─────────────────────── ──────────────────────────────
Bezitting → LINKS → erbij ook LINKS (debet)
Schuld → RECHTS → erbij ook RECHTS (credit)Karin knikt. *"Zie je hoe netjes dat in elkaar past? Je hoeft niets nieuws te onthouden. Je weet al dat bezittingen links op de balans staan en schulden rechts. De kaartjes doen precies hetzelfde: bij een bezitting komt erbij links, bij een schuld komt erbij rechts. Het is dezelfde logica, gewoon op een kaartje."*
> TIP: Twijfel je ooit aan welke kant "erbij" komt? Vraag jezelf dan af: staat deze post links of rechts op de balans? Een bezitting staat links → erbij komt links (debet). Een schuld staat rechts → erbij komt rechts (credit). De balans verklapt het altijd.
---
Het saldo: welke kant is groter?
Nog één begrip vandaag, en het is een rustig en logisch begrip: het **saldo**. Het saldo van een kaartje is gewoon: wat er onder de streep overblijft als je de twee kanten tegen elkaar wegstreept. Welke kant is groter?
Denk weer aan je bankrekening, een **debetrekening** (een bezitting). Daar komt geld binnen aan de **debetkant** (links) en gaat geld af aan de **creditkant** (rechts). Als alles normaal gaat, is er over een tijd méér binnengekomen dan eruit gegaan — anders sta je rood. Dus de **debetkant (links) is meestal groter**. We zeggen dan: de bank heeft een **debetsaldo**.
BANK (debetrekening = bezitting)
┌─────────────────┬─────────────────┐
│ DEBET │ CREDIT │
│ ontvangsten │ uitgaven │
│ 1.500 │ 900 │
├─────────────────┴─────────────────┤
│ links is groter → DEBETSALDO 600 │
└───────────────────────────────────┘En een **lening**, een **creditrekening** (een schuld)? Daar komt schuld bij aan de **creditkant** (rechts) en gaat schuld af aan de **debetkant** (links). Zolang je nog niet alles hebt afgelost, is er méér schuld bijgekomen dan afgelost — dus de **creditkant (rechts) is meestal groter**. We zeggen dan: de lening heeft een **creditsaldo**.
BANKLENING (creditrekening = schuld)
┌─────────────────┬─────────────────┐
│ DEBET │ CREDIT │
│ afgelost │ bijgeleend │
│ 300 │ 1.000 │
├─────────────────┴─────────────────┤
│ rechts groter → CREDITSALDO 700 │
└───────────────────────────────────┘Zie je het patroon? Een **debetrekening** (bezitting) heeft meestal een **debetsaldo** (links is groter). Een **creditrekening** (schuld of eigen vermogen) heeft meestal een **creditsaldo** (rechts is groter). De naam van de rekening verklapt dus al aan welke kant het saldo meestal staat.
Debetsaldo | links is groter
Hoort bij een bezitting
De debetkant (links) is groter
Bijvoorbeeld: je bank
---
Creditsaldo | rechts is groter
Hoort bij een schuld of eigen geld
De creditkant (rechts) is groter
Bijvoorbeeld: je lening
---
Handig om te weten | een controle
Bezit hoort debet te staan
Schuld hoort credit te staan
Staat het anders? Even kijken> TIP: Het saldo is gewoon: welke kant is groter? Een bezitting (debetrekening) heeft meestal een debetsaldo — links is groter. Een schuld (creditrekening) heeft meestal een creditsaldo — rechts is groter. De naam zegt het al: debet*rekening* → debet*saldo*.
---
Veel kleine voorbeeldjes — zo gaat het vanzelf leven
Theorie is mooi, maar dit soort dingen ga je pas écht voelen door veel kleine voorbeeldjes te zien. Dus we lopen er een rijtje langs. Bij elk voorbeeldje stellen we steeds dezelfde twee vraagjes: *(1) is het een bezitting of een schuld?* en *(2) komt er iets bij of gaat er iets af?* Daarmee weet je meteen de kant. Lees rustig mee.
**Voorbeeld 1 — De bank ontvangt geld.** Er komt geld binnen op je rekening. De bank is een **bezitting** (debetrekening). Er komt iets **bij**. Bij een bezitting komt erbij **links** → dus **debet**.
BANK ontvangt 500 → bezitting, erbij → DEBET (links)**Voorbeeld 2 — Je lost een stukje van je lening af.** Je betaalt 200 terug. De lening is een **schuld** (creditrekening). Je schuld gaat **eraf** (wordt kleiner). Bij een schuld komt eraf aan de andere kant, dus **links** → **debet**.
LENING aflossen 200 → schuld, eraf → DEBET (links)Even tussendoor — zie je dat "aflossen" links komt? Dat verbaast mensen soms. Maar het klopt: bij een schuld komt *erbij* rechts (credit), dus *eraf* komt logischerwijs aan de andere kant, links (debet). Aflossen maakt je schuld kleiner, dus het gaat eraf, dus links.
**Voorbeeld 3 — Je koopt voorraad in.** Je haalt spullen in huis om te verkopen. Voorraad is een **bezitting** (debetrekening). Er komt voorraad **bij**. Bij een bezitting komt erbij **links** → **debet**.
VOORRAAD inkopen 800 → bezitting, erbij → DEBET (links)**Voorbeeld 4 — Je leent geld bij.** Je sluit een nieuwe lening af. De lening is een **schuld** (creditrekening). Je schuld gaat **erbij** (wordt groter). Bij een schuld komt erbij **rechts** → **credit**.
LENING bijlenen 1.000 → schuld, erbij → CREDIT (rechts)Zet ze even op een rijtje, dan zie je het patroon mooi:
| Wat gebeurt er | Soort | Erbij of eraf | Kant | | --- | --- | --- | --- | | Bank ontvangt geld | bezitting | erbij | **debet** (links) | | Lening aflossen | schuld | eraf | **debet** (links) | | Voorraad inkopen | bezitting | erbij | **debet** (links) | | Geld bijlenen | schuld | erbij | **credit** (rechts) |
Karin wijst de tabel langs met haar pen. *"Kijk eens hoe je bij elk regeltje hetzelfde trucje gebruikt. Eerst vraag je: bezit of schuld? Dan vraag je: erbij of eraf? En dan weet je de kant. Twee kleine vraagjes, elke keer dezelfde twee. Daar komt het hele verhaal op neer. Doe dat een paar keer en je hoeft niet meer na te denken — het komt vanzelf."*
> TIP: Onthoud het stappenplannetje van twee vraagjes. (1) Is het een bezitting of een schuld? (2) Komt er iets bij of gaat er iets af? Met die twee antwoorden weet je altijd: debet (links) of credit (rechts). Twee vraagjes, elke keer dezelfde.
---
Geen zorgen — dit went vanzelf door te doen
Even achteroverleunen. Dat was best wat, en ik snap heel goed als je nu denkt: "Ik weet niet of ik dit al helemaal vasthoud." Dat hoeft ook niet. Echt niet. Niemand kan debet en credit in één keer perfect. Dit is iets dat je in je vingers krijgt door het te **doen**, niet door het uit je hoofd te leren.
Denk maar aan fietsen, of aan een nieuw recept koken. De eerste keer voelt het onhandig en moet je bij elke stap nadenken. Na een paar keer doe je het zonder erbij na te denken. Met debet en credit is het precies zo. Hoe vaker je een boeking op de juiste kant zet, hoe normaler het wordt. Tot je op een dag merkt: "Hé, ik wéét gewoon dat de bank links is." Dat moment komt vanzelf.
Onthoud voor vandaag alleen dit:
1. debet = links credit = rechts
2. bezit (debetrekening): erbij = links (debet)
3. schuld (creditrekening): erbij = rechts (credit)
4. saldo: welke kant is groter?
De rest komt vanzelf door te oefenen.Karin legt haar hand even op tafel. *"Ik zeg het je eerlijk: ik heb in al die jaren nog nooit iemand gehad die dit in één les perfect kon. En toch kan iedereen het uiteindelijk. Het went door te doen. Dus wees lief voor jezelf. Staat er straks iets aan de verkeerde kant? Dan kijk je gewoon nog eens en zet je het goed. Daar leer je juist van. Je hoeft het niet in één keer perfect te kunnen — je hoeft het alleen maar te proberen."*
> TIP: Voel je je nog onzeker? Dat is volkomen normaal en hoort er gewoon bij. Plak desnoods een briefje bij je scherm: "bezit erbij = links (debet), schuld erbij = rechts (credit)". Na een week oefenen heb je dat briefje niet meer nodig.
Klaar voor de praktijk? In de missie hieronder zet je in Excel echte boekingen op de juiste kant. Heel rustig, stap voor stap, en je kunt niets fout doen — staat er iets verkeerd, dan typ je het gewoon opnieuw.
---
Missie
STORY: Karin schuift haar stoel bij en legt twee lege kaartjes naast je toetsenbord. *"Vandaag gaan we echte boekingen op de juiste kant zetten — debet of credit. We maken in Excel twee T-kaartjes: één voor de Bank, dat is een bezitting, dus een debetrekening. En één voor een Banklening, dat is een schuld, dus een creditrekening. Daarna boeken we een paar gebeurtenissen op de goede kant, rekenen we het saldo uit met SOM, en kijken we of het klopt: de bank een debetsaldo, de lening een creditsaldo. Niks moeilijks, we doen het stap voor stap, en je kunt niets fout doen — staat er iets verkeerd, dan typ je het gewoon opnieuw. Klaar? We beginnen helemaal linksboven."*
Stap 1 — Maak twee T-kaartjes met een Debet- en Credit-kolom
Start Excel op met een **Leeg werkblad**. We maken twee kaartjes onder elkaar. Bovenaan het kaartje van de **Bank** (een bezitting = debetrekening), daaronder het kaartje van de **Banklening** (een schuld = creditrekening).
Typ eerst de kopjes voor het Bank-kaartje. Klik op cel **A1** en typ `BANK (debetrekening)`. Klik op cel **A2** en typ `Debet`, en op cel **B2** typ je `Credit`. Zo heeft je kaartje een linkerkolom (debet) en een rechterkolom (credit).
Maak nu daaronder het kaartje voor de lening. Klik op cel **A7** en typ `BANKLENING (creditrekening)`. Klik op **A8** en typ `Debet`, en op **B8** typ je `Credit`.
A B
┌────────────────────────┬──────────┐
1 │ BANK (debetrekening) │ │
2 │ Debet │ Credit │
3 │ │ │
4 │ │ │
5 │ │ │
6 │ │ │
7 │ BANKLENING (creditrek.)│ │
8 │ Debet │ Credit │
9 │ │ │
└────────────────────────┴──────────┘Twee lege kaartjes, allebei met een debetkolom (links, kolom A) en een creditkolom (rechts, kolom B). Mooi begin. Onthoud: bij de **Bank** komt erbij links, bij de **Lening** komt erbij rechts.
Stap 2 — Boek een ontvangst op de bank aan de debetkant
Er komt geld binnen op de bank: je ontvangt **500**. De bank is een **bezitting**, dus er komt iets **bij** → dat komt aan de **debetkant** (links). We zetten het dus in kolom A, de Debet-kolom van het Bank-kaartje.
Klik op cel **A3** (dat is de debetkolom van de Bank) en typ `500`.
A B
┌────────────────────────┬──────────┐
1 │ BANK (debetrekening) │ │
2 │ Debet │ Credit │
3 │ 500 ← ontvangst │ │ ← erbij = links (debet)
└────────────────────────┴──────────┘Voel je waarom links? De bank is een bezitting, en bij een bezitting komt "erbij" aan de debetkant. Een ontvangst is "erbij", dus het gaat netjes links staan. Precies zoals we hebben geleerd.
Stap 3 — Los de lening af: debet bij de lening, credit bij de bank
Nu een boeking met twee kanten. **Je lost 200 van je lening af.** Bij zo'n aflossing bewegen er twee dingen — net als bij dubbel boekhouden — en allebei op een andere kaart.
Eerst de **lening**. Je schuld wordt **kleiner**, er gaat dus iets **af**. De lening is een schuld (creditrekening), waar "erbij" rechts komt — dus "eraf" komt links, aan de **debetkant**. Klik op cel **A9** (de debetkolom van de Lening) en typ `200`.
Dan de **bank**. Je betaalt die 200 vanaf je rekening, dus er gaat geld **af** van de bank. De bank is een bezitting (debetrekening), waar "erbij" links komt — dus "eraf" komt rechts, aan de **creditkant**. Klik op cel **B3** (de creditkolom van de Bank) en typ `200`.
A B
┌────────────────────────┬──────────┐
1 │ BANK (debetrekening) │ │
2 │ Debet │ Credit │
3 │ 500 │ 200 │ ← uitgave = rechts (credit)
├────────────────────────┼──────────┤
7 │ BANKLENING (creditrek.)│ │
8 │ Debet │ Credit │
9 │ 200 ← aflossen │ │ ← schuld eraf = links (debet)
└────────────────────────┴──────────┘Twee dingen bewogen: bij de bank ging 200 eraf (credit, rechts), en bij de lening ging 200 schuld eraf (debet, links). Dat aflossen links staat verbaast misschien — maar het klopt: bij een schuld komt "eraf" aan de debetkant.
Stap 4 — Bereken per kaartje het saldo met SOM
Nu rekenen we per kaartje uit wat er overblijft. Het saldo is: welke kant is groter? We tellen daarvoor elke kolom op met onze oude vriend **SOM**.
Begin bij de **Bank**. Klik op cel **A5** en typ de formule, gevolgd door **Enter**:
=SOM(A3:A4)Dat is het totaal van de debetkant (links) van de bank. Klik nu op cel **B5** en typ:
=SOM(B3:B4)Dat is het totaal van de creditkant (rechts). Doe daarna hetzelfde voor de **Lening**. Klik op **A11** en typ `=SOM(A9:A10)`, en op **B11** typ je `=SOM(B9:B10)`.
A B
┌────────────────────────┬──────────┐
1 │ BANK (debetrekening) │ │
2 │ Debet │ Credit │
3 │ 500 │ 200 │
4 │ │ │
5 │ 500 ← =SOM │ 200 │ ← =SOM
├────────────────────────┼──────────┤
7 │ BANKLENING (creditrek.)│ │
8 │ Debet │ Credit │
9 │ 200 │ │
10 │ │ │
11 │ 200 ← =SOM │ 0 │ ← =SOM
└────────────────────────┴──────────┘Even kijken naar de bank: links staat 500, rechts staat 200. Bij de lening staat links 200 en rechts 0. (Tip: had je de lening eerder ook zien groeien, dan zou rechts hoger staan — we houden het hier even klein en overzichtelijk.)
Stap 5 — Controleer: bank een debetsaldo, lening een creditsaldo?
De laatste en leukste stap: klopt het wat we verwachtten? Een **bezitting** hoort een **debetsaldo** te hebben (links groter), een **schuld** een **creditsaldo** (rechts groter). Laten we kijken.
Bij de **Bank**: links staat 500, rechts staat 200. De **debetkant (links) is groter** — dus de bank heeft een **debetsaldo** van 500 − 200 = **300**. Precies wat je verwacht bij een bezitting.
Wil je dat saldo ook nog laten uitrekenen? Klik op cel **A6**, typ `Debetsaldo` en in **B6** de formule `=A5-B5`. Daar verschijnt dan **300**.
BANK: debet 500 > credit 200 → DEBETSALDO 300 ✓
(een bezitting met een debetsaldo — precies goed)
LENING: zodra je weer bijleent, wordt credit (rechts)
groter dan debet (links) → CREDITSALDO ✓
(een schuld hoort een creditsaldo te hebben)**Karin kijkt over je schouder mee en knikt tevreden.** *"Kijk eens aan. Je hebt echte boekingen op de juiste kant gezet — debet of credit — en je zag dat de bank netjes een debetsaldo heeft, precies zoals een bezitting hoort. Onthoud het zinnetje: debet is links, credit is rechts. Bij een bezitting komt erbij links, bij een schuld komt erbij rechts. Meer is het niet. En als het nog niet in één keer perfect ging — heel normaal. Dit went vanzelf door te doen, en je hebt het vandaag al voor het eerst echt gedaan. Goed bezig."*