Aandelen en Obligaties
Module 1 — Financieringstheorie
De belangrijkste vormen van eigen en vreemd vermogen
Concepts
Aandelen — eigen vermogen van de onderneming
Een **aandeel** is een bewijs van deelname in het aandelenkapitaal van een nv of bv. De houder (aandeelhouder) is mede-eigenaar en draagt risico mee.
Gewoon aandeel | Standaard aandeel met stemrecht en recht op dividend naar rato van winst
Prioriteitsaandeel | Bijzondere zeggenschapsrechten (bijv. vetorecht bij benoemingen); vaak in handen van oprichters
Cumulatief preferent aandeel | Recht op een vast minimumpercentage dividend; gemiste dividenden worden ingehaald in latere jaren
Converteerbaar aandeel | Kan op termijn worden omgezet in een ander soort aandeel of in obligaties**Nominale waarde vs. beurswaarde**
Nominale waarde = de waarde die op het aandeel staat vermeld (bijv. €1,00)
Beurswaarde = de actuele prijs op de beurs, bepaald door vraag en aanbod
Marktwaarde onderneming = beurskoers × aantal uitstaande aandelen**Agio op aandelen (agioreserve)**
Wanneer aandelen worden uitgegeven bóven de nominale waarde, ontstaat er een **agio**. Dit agio gaat naar de agioreserve op de balans (eigen vermogen).
Voorbeeld:
Nominale waarde aandeel = €1,00
Uitgifteprijs = €3,50
Agio per aandeel = €3,50 - €1,00 = €2,50
Bij uitgifte van 10.000 aandelen:
Aandelenkapitaal +€10.000 (10.000 × €1,00)
Agioreserve +€25.000 (10.000 × €2,50)
Totaal ontvangen = €35.000> EXAMTIP: Agio = uitgifteprijs - nominale waarde. Agio is altijd positief (anders is het disagio, maar dat geldt voor obligaties).
Dividend — beloning voor aandeelhouders
Cashdividend | Uitkering in contanten; vermindert het eigen vermogen op de balans
Stockdividend | Uitkering in nieuwe aandelen; aandeelhouder krijgt extra aandelen i.p.v. geld
Keuzedividend | Aandeelhouder mag zelf kiezen: cash of stockObligaties — vreemd vermogen op lange termijn
Een **obligatie** is een verhandelbaar schuldbewijs. De onderneming leent geld van beleggers en betaalt periodiek **interest** (couponrente).
Gewone obligatie | Vaste rente, vaste looptijd, terugbetaling op eindvervaldag
Achtergestelde obligatie | Bij faillissement worden houders ná andere schuldeisers terugbetaald; hogere rente als compensatie
Converteerbare obligatie | Kan op termijn worden omgezet in aandelen; lagere rente als voordeel voor de houder**Nominale waarde en uitgifte: à pari, boven/onder pari**
À pari = uitgifte of terugbetaling tegen 100% van de nominale waarde
Boven pari = uitgifte tegen meer dan 100% (bijv. 102%) → agio voor de uitgevende partij
Onder pari = uitgifte tegen minder dan 100% (bijv. 98%) → disagio; lagere ontvangst maar hogere effectieve rente**Agio en disagio op obligaties**
Voorbeeld — obligatie onder pari:
Nominale waarde = €1.000
Uitgifteprijs (98%) = €980
Disagio = €1.000 - €980 = €20
De onderneming ontvangt €980 maar moet €1.000 terugbetalen.
Het disagio is een extra financieringslast, te activeren en af te schrijven.> EXAMTIP: Bij obligaties geldt: als de marktrentevoet stijgt, daalt de koers van bestaande obligaties (en vice versa). Dit hoef je voor FI4 te kennen als begrip.
Emissie — uitgifte van effecten
Openbare emissie | Uitgifte aan het grote publiek via de beurs; vereist prospectus; hogere kosten
Onderhandse emissie | Uitgifte aan een beperkte groep investeerders (bijv. pensioenfonds); lagere kosten, sneller> EXAMTIP: Aandelen én obligaties kunnen via openbare of onderhandse emissie worden uitgegeven.
---
Missie
STORY: Van Ginkel Solutions BV overweegt om te groeien door extern vermogen aan te trekken. Directeur Arjan vraagt mentor Karin om de financieringsopties te vergelijken. Jij ondersteunt Karin bij de analyse.
Stap 1 — Uitgifte van aandelen
Van Ginkel Solutions BV wil 2.000 nieuwe aandelen uitgeven. De nominale waarde is €5,00 per aandeel. De aandelen worden geplaatst voor €12,50 per stuk.
Bereken:
- Het totale bedrag dat de onderneming ontvangt.
- De toename van het aandelenkapitaal.
- De toename van de agioreserve.
Ontvangst totaal = 2.000 × €12,50 = €25.000
Aandelenkapitaal + = 2.000 × €5,00 = €10.000
Agioreserve + = 2.000 × (€12,50 - €5,00) = 2.000 × €7,50 = €15.000
Controle: €10.000 + €15.000 = €25.000 ✓Stap 2 — Obligatielening
Arjan overweegt ook een obligatielening van €100.000 nominaal, uitgegeven tegen 97% (onder pari), looptijd 5 jaar, couponrente 5%.
Bereken:
- Het bedrag dat de onderneming ontvangt bij uitgifte.
- Het disagio.
- De jaarlijkse renteuitkering aan obligatiehouders.
Ontvangst bij uitgifte = €100.000 × 97% = €97.000
Disagio = €100.000 - €97.000 = €3.000
Jaarlijkse rente = €100.000 × 5% = €5.000Stap 3 — Keuze en advies
Karin stelt de volgende vraag: "Als Van Ginkel kiest voor een achtergestelde obligatie in plaats van een gewone obligatie — wat zijn de gevolgen voor de rentevergoeding en voor de rangorde bij eventueel faillissement?"
Beantwoord in eigen woorden (2-3 zinnen):
- Een achtergestelde obligatiehouder staat achterin de rij bij faillissement: eerst worden gewone schuldeisers betaald, daarna pas de achtergestelden. Als compensatie voor dit hogere risico betaalt de onderneming een hogere rente op achtergestelde obligaties dan op gewone obligaties.